Pastelkrijt geeft kleur die je met een potlood niet voor elkaar krijgt. Het pigment blijft boven op het papier liggen en dat maakt kleuren zacht en diep tegelijk. Een pastelkrijt tekening maken lijkt daardoor lastig, maar de basis leer je in een middag. Je hebt maar een paar krijtjes, goed papier en wat geduld nodig. Hieronder lees je welk materiaal werkt, hoe je laagjes opbouwt en welke onderwerpen makkelijk beginnen.
Potlood grijs zit ín het papier, terwijl pigment van krijt er bovenop blijft liggen. Daardoor dekt krijt goed, ook over een donkere laag heen. Je mengt kleuren niet vooraf op een palet, maar direct op je papier. Twee lagen over elkaar leveren al een nieuwe tint op. Dat werkt snel en vergeeft veel, want je kunt bijna altijd nog een laag toevoegen.
Er is één keerzijde: krijt veegt uit. Een hand die over het werk schuift, sleept het pigment mee. Werk daarom van boven naar beneden en leg een schoon vel onder je hand. Wie dat gewend raakt, houdt een tekening veel langer strak. Ook bij realistisch tekenen scheelt die gewoonte een hoop correctiewerk.
Zacht pastelkrijt geeft veel pigment af en laat zich makkelijk blenden. Hard krijt is steviger en houdt een scherpe lijn vast, handig voor details. Oliepastel bevat olie en was, waardoor het plakt en niet uitwrijft zoals droog krijt. Pastelpotloden zijn zacht krijt in een houten huls, prettig voor kleine vlakken. Begin met een klein doosje zacht krijt in basiskleuren. Daarmee weet je binnen een paar tekeningen of deze techniek bij je past.
Papier is belangrijker dan het merk van je krijt. Glad printpapier houdt pigment niet vast, waardoor kleuren er snel weer afvallen. Kies daarom papier met tand, dus met een licht ruw oppervlak. Die structuur grijpt het krijt en laat je meerdere lagen stapelen. Getint papier werkt bovendien prettig, omdat de kleur van het vel meespeelt in je tekening.
Verder heb je weinig spullen nodig. Een doezelaar, een kneedgum en een zacht doekje zijn genoeg om te starten. Een kneedgum tilt pigment op in plaats van het uit te smeren. Fixatiefspray houdt het werk vast zodra de tekening af is. In een goed gevulde tekendoos zitten die materialen vaak al.
Gebruik de platte kant van het krijtje voor grote vlakken, zoals een lucht of achtergrond. Met de zijkant trek je brede banen die vanzelf in elkaar overlopen. De punt of een scherpe rand bewaar je voor takken, ogen en andere details. Druk in het begin licht, want een volle laag laat zich moeilijk corrigeren.
Bouw daarna op van donker naar licht. De donkere tonen leg je eerst neer en daarover komen de middentonen. Je lichtste accenten zet je als laatste, omdat licht krijt goed dekt over donkere lagen. Zo houd je diepte in je werk zonder alles dicht te smeren. Kijk na elke laag even van een afstandje naar het geheel.

Blenden doe je met je vinger, een doezelaar of een wattenstaafje. Je vinger verplaatst veel pigment tegelijk en geeft zachte overgangen. Een doezelaar werkt preciezer en houdt kleine vlakken netjes. Wattenstaafjes zijn handig bij ronde vormen, denk aan een wolk of een wang.
Te veel wrijven maakt je kleuren juist grauw. Alle pigmenten lopen dan door elkaar en het papier raakt verzadigd. Blend daarom kort en laat sommige randjes bewust staan. Twijfel je welke tinten samen mooi uitpakken, lees dan eerst hoe je kleuren met elkaar mengt.
Simpele onderwerpen met grote kleurvlakken werken het prettigst in het begin. Je oefent dan met lagen en overgangen, zonder dat details je in de weg zitten. Deze vier voorbeelden pastelkrijt tekeningen lukken vrijwel altijd:
Begin klein, bijvoorbeeld op een vel van A5-formaat. Je houdt een pastelkrijt tekening makkelijk door weinig kleuren en grote vormen te kiezen. Lukt een onderwerp niet, leg het dan weg en pak het een dag later opnieuw op.
De meest gemaakte fout is te hard drukken. Het papier raakt dan vol en nieuwe lagen hechten niet meer. Een tweede valkuil is een gewone gum, die pigment juist in het papier wrijft. Gebruik daarom een kneedgum en dep het pigment voorzichtig weg.
Ook fixatief vraagt om maat houden. Spuit in dunne laagjes en houd de bus op ruime afstand, anders worden kleuren dof. Leg je werk plat weg met een vel papier ertussen.
Pastelkrijt bestaat uit pigment met een bindmiddel en voelt droog aan. Het veegt makkelijk uit en laat zich blenden met je vinger of een doezelaar. Oliepastel bevat olie en was, waardoor het vet aanvoelt en blijft plakken. Blenden gaat daarbij met een doekje of met een beetje oplosmiddel. Voor zachte overgangen kies je dus droog krijt.
Papier met tand houdt pigment vast, dus een licht ruw oppervlak werkt het beste. Speciaal pastelpapier heeft die structuur en verdraagt meerdere lagen over elkaar. Aquarelpapier is een bruikbaar alternatief zolang je nog geen pastelpapier hebt. Glad printpapier raden de meeste tekenaars af, want het krijt laat daar snel los.
Fixeren is niet verplicht, maar het beschermt je werk tegen vegen. Spuit dunne laagjes vanaf ongeveer dertig centimeter en laat elke laag drogen. Te veel fixatief maakt de kleuren doffer dan ze op papier waren. Wil je de tinten precies houden, bewaar je tekening dan achter glas of in een map met een tussenvel.
Ja, zeker met oude kleding aan en een afgedekte tafel. Kinderen werken graag met grote vlakken en krijt geeft daar snel resultaat. Harde krijtjes en oliepastels breken minder snel dan de zachte varianten. Laat ze eerst vrij oefenen op een groot vel, voordat ze een onderwerp natekenen.
Je eerste werk wordt zelden meteen precies zoals je het bedacht had. Juist dat maakt deze techniek prettig, want je mag blijven schuiven en toevoegen. Pak een paar krijtjes, kies een simpel onderwerp en geef jezelf tien minuten. Wil je eerst je hand losmaken? Print dan een van onze gratis kleurplaten om op te oefenen en kleur die in met krijt. Veel plezier met je eerste lagen!
Je wilt een leeuw tekenen die kracht en karakter uitstraalt. Geen platte cartoonkop, maar een herkenbaar dier met een indrukwekkende manen en gespierd lijf. Dat lukt sneller dan je denkt, mits je de juiste basisvormen gebruikt.
Deze handleiding is geschreven voor beginnende tekenaars: hobbyisten, ouders die met hun kind willen tekenen, of volwassenen die hun tekenvaardigheden willen opfrissen. Ervaring met tekenen is niet nodig. Je leert werken met hulplijnen en basisvormen, zodat je het proces daarna ook voor andere dieren kunt herhalen.
Na deze blog kun je:
Tijdsinschatting: 30-45 minuten per tekening
Moeilijkheidsgraad: Beginner (geen voorkennis vereist)
| Item | Waarom nodig | Alternatief | Budgettip |
|---|---|---|---|
| Tekenpotlood HB | Neutrale hardheid voor schetsen en hulplijnen | Gewoon schrijfpotlood | Koop setje met 3 hardheden (2H, HB, 2B) voor onder 5 euro |
| Tekenpotlood 2B of 4B | Zachtere lijnen voor schaduw en manen | Houtskoolpotlood | Eén zacht potlood is voldoende om te starten |
| Gum (kneedgum of witte gum) | Hulplijnen verwijderen zonder papier te beschadigen | Gewone gum werkt ook | Kneedgum gaat langer mee en laat geen kruimels |
| Tekenpapier A4 (min. 120 g/m²) | Houdt gummen en arceren beter uit | Kopieerpapier voor oefenen | Koop schetsblok met 50 vel voor herhaald oefenen |
| Liniaal of rechte rand | Hulplijnen voor verhoudingen | Rand van boek of telefoon | - |
| Referentiefoto | Basisvorm en verhoudingen controleren | Rechtenvrije foto's van Unsplash of Pexels | Bekijk ook onze dieren kleurplaten voor houding-inspiratie |
Waar let je op bij aankoop? Kies potloden met duidelijke hardheidsaanduiding (H/B-schaal). Goedkope setjes zonder markering geven onvoorspelbare resultaten. Voor papier: test of je gum geen gaten maakt in het oppervlak.
Doel: Een breed ovaal als fundament voor de schedel.
Teken een horizontaal ovaal in het midden van je papier. Maak het ovaal iets breder dan bij een hond, want een leeuwenkop is stevig en fors. Druk licht met je potlood, deze lijn verdwijnt later.
✅ Controlepunt: Het ovaal is symmetrisch en staat horizontaal gecentreerd.

⚠️ Belangrijke tip over verhoudingen: De afbeelding hierboven toont een kop die bijna het volledige A4-vel vult. Doe dit niet als je ook een lichaam wilt tekenen! Houd de kop klein genoeg (ruwweg het bovenste kwart van je papier) zodat er voldoende ruimte overblijft voor de romp, poten en staart. Teken je de kop te groot, dan past het lichaam er simpelweg niet meer op.
Doel: Verhoudingen vastleggen zodat de kop symmetrisch blijft.
Trek een verticale lijn door het midden van het ovaal. Trek daarna een horizontale lijn op ongeveer de helft van het ovaal, dit wordt de ogenlijn. Onder het ovaal teken je een brede, ronde vorm die de snuit voorstelt.
✅ Controlepunt: De verticale lijn verdeelt het ovaal in twee gelijke helften.
Doel: Ogen op de juiste positie voor een alerte, koninklijke blik.
Teken twee amandelvormige ogen op de horizontale hulplijn, aan weerszijden van de verticale lijn. Laat tussen de ogen de breedte van ongeveer anderhalf oog vrij, want een leeuwenkop is breder dan die van een hond. De buitenhoeken van de ogen wijzen licht omhoog.
Wat als het niet lukt? Ogen te dicht bij elkaar? Gum ze uit en meet de afstand met je potlood als maatstaaf.
Doel: De snuit vorm geven met een brede, zwarte neus als ankerpunt.
Teken onderin de snuitvorm een brede driehoekige neus. De neus is duidelijk breder dan bij de meeste andere dieren en heeft afgeronde hoeken. Trek twee zachte lijnen van de neus omhoog naar de binnenhoeken van de ogen. Voeg onder de neus een korte omgekeerde Y-vorm toe voor de bovenlip.
✅ Controlepunt: De neus staat exact op de verticale middenlijn.
Doel: De manen geven de leeuw direct herkenbaarheid en karakter.
Teken rond de hele kop een grote, wolkachtige vorm die uitsteekt buiten het ovaal. Laat de rand onregelmatig lopen met ronde bulten, geen gladde cirkel. De manen zijn onderaan breder dan aan de zijkanten, richting de kin en borst.
Let op: wil je een leeuwin tekenen, sla deze stap dan over. Een leeuwin heeft geen manen.
✅ Controlepunt: De manen omsluiten de kop volledig en steken duidelijk uit.
Doel: Kleine, ronde oren die net boven de manen uitsteken.
Teken twee kleine, ronde oren aan de zijkanten van de kop, net boven de ogenlijn. Bij een leeuw zijn de oren klein in verhouding tot de kop en vallen ze deels weg achter de manen.
✅ Controlepunt: Beide oren zitten op dezelfde hoogte en zijn even groot.

Doel: Een gespierd, proportioneel lichaam opbouwen onder de kop.
Teken onder de kop een grote ovaal voor de brede borstkas. Verbind dit met een iets kleinere ovaal voor de heupen. De borstkas-ovaal is fors en breed, want een leeuw heeft een gespierde voorkant. Trek lichte lijnen tussen beide ovalen voor de rug en buik.
✅ Controlepunt: De borstkas is duidelijk breder dan de heupen.
Doel: Vier stevige poten met de juiste verhouding.
Teken dikke, cilindervormige poten die uit de onderkant van beide ovalen komen. De voorpoten zijn stevig en recht, de achterpoten hebben een duidelijke knik bij de knie. Voeg aan elke poot een brede voet toe met kleine klauwen.
Tip: Poten te dun? Maak de cilinders breder bij de schouders en iets smaller bij de voeten.
Doel: Een lange staart met de kenmerkende pluk aan het einde.
Trek een lange, licht gebogen lijn vanaf de heupen naar buiten. Maak de staart dunner richting het uiteinde. Teken aan de punt een ronde, volle pluk haar, dit is het meest herkenbare kenmerk van een leeuwenstaart.
✅ Controlepunt: De staart loopt vloeiend door, zonder scherpe hoeken.
Doel: Van losse vormen naar een vloeiende omtreklijn.
Trek met je zachte potlood (2B) een doorlopende lijn om alle basisvormen heen. Volg de buitenrand van kop, manen, rug, staart, poten en buik. Rond scherpe hoeken af zodat het lichaam natuurlijk oogt. Gum daarna de hulplijnen en basisvormen binnenin weg.
✅ Controlepunt: De omtreklijn is ononderbroken en de leeuw is herkenbaar als silhouet.
Doel: Volume en textuur geven aan manen en vacht.
Vervang de gladde manenrand door korte, golvende haarslagen die vanuit de kop naar buiten wijzen. Werk in lagen: eerst lichte lijnen, daarna donkerdere accenten voor diepte. Bepaal waar het licht vandaan komt, bijvoorbeeld linksboven, en arceer de tegenovergestelde zijde donkerder. Arceer ook onder de kin, tussen de poten en onder de buik.
✅ Controlepunt: De manen hebben duidelijke volume-lagen en de leeuw heeft een lichte en donkere zijde.

Doel: De tekening afronden en fouten corrigeren.
Teken in elk oog een donkere pupil met een kleine witte stip voor reflectie. Maak de neus glanzend door het midden lichter te laten en de randen donkerder. Leg je tekening op armlengte afstand en bekijk het geheel. Controleer of de ogen gelijk staan en of de manen consistent zijn. Werk kleine oneffenheden bij met je gum of potlood.
✅ Controlepunt: De tekening heeft geen zichtbare constructielijnen meer.
Je hebt nu een compleet stappenplan om een leeuw te tekenen: van basisvormen tot volle manen en schaduw. De sleutel zit in de brede verhoudingen en het geduldig opbouwen van de manen in lagen. Oefen elke stap apart totdat je hand de bewegingen kent.
Werk van licht naar donker. Begin altijd met lichte potloodlijnen. Donkere lijnen gum je moeilijker uit. Door in lagen te werken, bouw je geleidelijk contrast op zonder vlekken.
Draai je papier tijdens het tekenen. Je hand maakt bepaalde bewegingen makkelijker dan andere. Draai het papier zodat je altijd in je prettige richting tekent.
Gebruik altijd een referentiefoto. Een foto helpt je verhoudingen en manenpatronen correct te krijgen. Teken niet uit je hoofd als je realisme nastreeft.
Knijp je ogen half dicht bij het beoordelen van schaduw. Dit trucje simplificeert wat je ziet tot grote licht- en donkervlakken.
Oefen losse onderdelen apart. Teken een pagina vol leeuwenogen, of alleen manen. Door herhaling bouw je spiergeheugen op.
Investeer tijd in de basisvormen. Een groot deel van een geslaagde tekening zit in de eerste vijf minuten. Als je basisvormen kloppen, vallen details vanzelf op hun plek.
| Fout | Oorzaak | Fix |
|---|---|---|
| Manen ogen als een gladde cirkel | Geen onregelmatige rand getekend | Teken bulten en golvende haarslagen in plaats van een strakke lijn |
| Kop lijkt te smal | Ovaal te klein of te rond getekend | Maak het ovaal breder, een leeuwenkop is fors |
| Ogen staan te hoog op de kop | Ogenlijn niet op de juiste plek getrokken | Plaats de ogenlijn op de helft van het ovaal, niet hoger |
| Poten lijken uit het lichaam te groeien | Geen vloeiende overgang tussen lichaam en poten | Teken schouder- en heupgewrichten als kleine cirkels waar de poten beginnen |
| Staartpluk ontbreekt of is te klein | Geen aandacht besteed aan het uiteinde | Maak de pluk duidelijk ronder en voller dan de rest van de staart |
| Tekening ziet er plat uit | Geen schaduw of te weinig contrast | Bepaal een lichtbron en arceer consequent de afgewende zijde |
| Oren zijn niet symmetrisch | Geen hulplijnen gebruikt | Meet de startpunten van beide oren af met je potlood als maatstaaf |
| Lichaam past niet bij de kop | Verhoudingen niet vooraf bepaald | Houd de borstkas duidelijk breder dan de heupen |
Kindvriendelijke versie (vanaf 6 jaar): gebruik alleen cirkels en ovalen. Laat schaduw en manentextuur weg. Focus op grote ogen, een ronde neus en een simpele manenwolk.
Realistische stijl voor gevorderden: werk met meerdere potloodhardigheden (6H tot 6B). Besteed extra tijd aan de manentextuur door individuele haren te tekenen.
Snelle schets (5 minuten): sla stap 11 en 12 over. Teken alleen het silhouet met basisvormen en minimale schaduw.
Digitaal tekenen (tablet of iPad): werk op aparte lagen: één voor hulplijnen, één voor omtrek, één voor manen en één voor schaduw.
Stijlvariant cartoonstijl: vergroot de ogen tot anderhalf keer normaal formaat, maak de neus een simpele ovaal en overdrijf de manen.

Start met een HB-potlood voor de constructielijnen en schakel over naar een 2B of 4B voor schaduw en manen. De combinatie geeft je controle en diepte zonder veel materiaal.
De basisconstructie blijft gelijk, maar een leeuwin heeft geen manen. Maak de kop bij een leeuwin daardoor iets smaller, want de manen zorgen normaal voor extra breedte.
Meestal liggen de verhoudingen scheef. Controleer: is de kop breed genoeg? Omsluiten de manen de hele kop? Klopt de verhouding tussen borstkas en heupen?
Bestudeer foto's van rennende of springende leeuwen. Let op de positie van de poten en de curve van de rug. De basisvormen blijven hetzelfde, maar de ovalen kantelen anders.
Ja, de constructiemethode werkt voor elk medium. Teken de basisvormen licht met potlood, werk daarna over met kleur.
Met dagelijks 15 minuten oefenen zie je na twee weken merkbare vooruitgang. Het geheim zit in herhaling, niet in talent.
Wil je meer inspiratie? Bekijk onze dieren kleurplaten, leer hoe teken je een hond of hoe teken je een kat, of bekijk alle tekentutorials.