10 tips voor het kleuren met stiften
Stiften zijn handig voor kleurplaten, eigen tekeningen en kleine details. Toch kan het resultaat per stift en papiersoort behoorlijk verschillen. Soms trekt de inkt door het papier of blijven er strepen zichtbaar. Een brede punt werkt weer anders dan een fijne punt of brushpen. Wie houdt van kleuren met stiften, heeft daarom veel aan een paar simpele technieken. We geven je graag tien tips om verschillende soorten stiften beter te gebruiken. Ontdek ze snel!
Onze 10 tips voor werken met stiften
Een goede tekening begint niet met de grootste doos stiften. Het is vooral belangrijk om te weten hoe inkt op je papier reageert. Probeer daarom eerst verschillende punten, kleuren en manieren van inkleuren uit. Met deze tien tips kun je meteen aan de slag.
1. Kies papier dat genoeg inkt aankan
Stiften geven relatief veel inkt af. Op dun papier kan die inkt aan de achterkant zichtbaar worden. Bij sommige stiften trekt de kleur zelfs helemaal door het vel. Wat dikker tekenpapier werkt dan beter. Leg bij een kleurplaat eventueel een leeg vel onder de pagina. Daarmee bescherm je de tafel of de volgende pagina tegen vlekken.
2. Test de kleuren voordat je begint
De kleur op de dop laat niet altijd precies zien hoe de inkt op papier uitpakt. Vooral donkere tinten kunnen anders zijn dan verwacht. Zet daarom eerst een klein streepje op een los vel. Leg een paar kleuren naast elkaar als je wilt zien hoe ze samen staan. Je merkt dan meteen welke tint donkerder of feller is.
3. Begin met een lichte tint
Een lichte tint kun je later nog donkerder maken. Andersom lukt dat met stiften nauwelijks. Begin bijvoorbeeld met lichtgroen en voeg daarna donkergroen toe. Dat werkt goed bij bladeren, kleding of andere delen met lichte en donkere stukken. Tijdens het tekenen met gekleurde stiften kun je daardoor makkelijker verschillende tinten opbouwen. Laat de eerste laag wel even drogen voordat je verdergaat.
4. Vul grote vlakken in dezelfde richting
Een achtergrond of groot vlak kan snel streperig worden. Beweeg de stift daarom zoveel mogelijk dezelfde kant op. Kleur de banen zo dicht mogelijk naast elkaar. Bij het kleuren met stiften blijven er daardoor minder witte plekjes tussen de lijnen. Ga niet steeds opnieuw over delen die al beginnen te drogen. Die stukken kunnen anders duidelijk donkerder worden dan de rest.
5. Gebruik een andere punt voor details
Een brede punt is handig voor grote delen, maar minder geschikt voor kleine vormen. Denk aan ogen, bloemblaadjes, ramen of smalle lijnen. Pak daarvoor een stift met een fijne punt. Houd een brede punt juist iets schuiner als je een groter vlak wilt vullen. Met de zijkant kleur je in één beweging een breder stuk. Probeer verschillende punten eerst even uit op een los vel.

6. Laat aangrenzende kleuren kort drogen
Twee natte kleuren kunnen aan de rand in elkaar lopen. Dat gebeurt vooral wanneer de stift veel inkt afgeeft. Kleur eerst één deel en ga daarna verder met een ander stuk. Kom later terug voor het vlak ernaast. Dat werkt bijvoorbeeld goed bij een bloem met verschillende kleuren of bij kleding met meerdere tinten.
7. Kies vooraf een paar kleuren
Je hoeft niet iedere stift uit de doos te gebruiken. Drie tot vijf kleuren zijn vaak genoeg voor één tekening. Bij een zonsondergang kun je bijvoorbeeld geel, oranje, roze en paars gebruiken. Voor bladeren passen meerdere groene tinten met geel of bruin goed bij elkaar. Heb je voor tekenen met stiften nog ideeën nodig? Wie samen met kinderen tekent, kan beginnen met natuurelementen om met kinderen na te tekenen, zoals bladeren, bloemen of wolken. Zulke vormen zijn eenvoudig en geven genoeg ruimte om verschillende kleuren uit te proberen.
8. Werk eerst langs de randen
Bij een groot vlak kun je eerst langs de buitenste lijn kleuren. Gebruik daarvoor een fijne punt of het smalle deel van een beitelpunt. Vul daarna het midden verder in. Je hoeft dan niet met een brede punt dicht langs kleine hoekjes te werken. Deze techniek werkt goed bij kleurplaten met duidelijke vakken. Bij tekenen met stiften kun je hetzelfde doen met vormen die je zelf hebt getekend.
9. Laat twee tinten in elkaar overlopen
Met twee tinten van dezelfde kleur kun je een eenvoudig verloop maken. Begin met de lichte kleur en voeg daarna de donkere tint toe. Laat beide kleuren elkaar een klein stukje overlappen. Ga vervolgens nog één keer met de lichte stift over de overgang. De grens tussen beide tinten wordt daardoor minder hard.
Wil je bij tekenen met stiften nieuwe ideeën uitproberen? Test een kleurverloop bijvoorbeeld bij bloemblaadjes, een lucht of kleding. Kleur je samen met kinderen, geef dan vooral ruimte voor eigen keuzes. Zelf experimenteren met vormen en kleuren is een van de redenen waarom tekenen en kleuren goed is voor de creativiteit van je kind.
10. Trek donkere lijnen pas na het kleuren
Wil je een eigen tekening omlijnen met zwart? Doe dat pas wanneer de gekleurde delen droog zijn. Zwarte inkt kan uitlopen wanneer het papier nog nat is. Laat de tekening daarom eerst even liggen. Daarna kun je contouren, patronen en kleine details toevoegen. Bij het tekenen met stiften blijft het kleurvlak zo beter gescheiden van de donkere lijnen.
Welke stiften kun je gebruiken?
Stiften op waterbasis werken goed voor kleurplaten en gewone tekeningen. Ze drukken meestal minder snel door het papier dan alcoholstiften. Alcoholstiften geven vaak egale kleurvlakken, maar hebben wel steviger papier nodig. Op dun papier kan de inkt snel zichtbaar worden aan de achterkant. Ook de punt maakt verschil. Een fijne punt is handig voor lijnen en kleine vakken. Met een brede beitelpunt kleur je grotere delen sneller in. Brushpennen hebben een soepele punt voor dunne en brede lijnen. Dubbelzijdige stiften zijn handig bij tekenen met stiften, omdat je eenvoudig kunt wisselen tussen details en grotere vlakken.

Tekendoos 145pcs
Inspiratie nodig voor een kleurenpalet?
Met de kleurenquiz hieronder ontdek je welke paletten passen bij jouw creatie.